Een twaalfjarige jongen en zijn alleenstaande moeder leven gescheiden van elkaar. De jongen brengt zijn dagen alleen door, terwijl zijn moeder werkt en met haar vrienden uitgaat. De eenzaamheid van de jongen is zowel een bron van vrijheid als een reden tot verdriet. Zijn verkenningen brengen langzaam het duistere contrast tussen de regels van de maatschappij en de wetten van de natuur aan het licht. En al snel wordt het delicate evenwicht van zijn innerlijke wereld verstoord door onvoorziene gebeurtenissen.